Controle:mooie aanleiding voor een compliment

We controleren in de examenzaal om te voorkomen dat fraude gepleegd wordt. Dat vindt iedereen doodnormaal, want we weten: het vlees is zwak… Geen examenkandidaat zal tegen een surveillant zeggen: "Denkt u soms dat ik ga zitten spieken of zo?" Wanneer een douaneambtenaar ons controleert, snappen we dat en we halen het niet in ons hoofd om een grote mond op te zetten.
Hoe anders is het in professionele organisaties zoals het onderwijs.....
Als je je als leidinggevende op de hoogte wilt houden van de kwaliteit van het werk dat onder je leiding verricht wordt - toch een van de kerntaken van het leiding geven - , wordt dat je niet altijd in dank afgenomen.
"Zeg, ben je me aan het controleren of zo? Vertrouw je me soms niet? Gaat dat hier zo?.”
Daar word je niet vrolijk van. Geen wonder dus, dat de controle in het onderwijs er nogal eens bij inschiet. Op alle niveau’s: teamleiders, directeuren, bestuurders, toezichthouders. We kennen voorbeelden te over.
Uit eigen ervaring en uit de media. Vernietigende rapporten, zoals dat over de affaire Amarantis, spreken boekdelen.*) Uit wetenschappelijk onderzoek naar het functioneren van het toezicht in het onderwijs in 2012 bleek nog maar weer eens een keer dat in het algemeen op dat niveau controle nogal eens ontbreekt.**)

Vertrouwen is beter?
Een duidelijk voorbeeld van hoe het door gebrek aan controle op bestuurlijk niveau mis kan gaan is de bouwfraude bij de Stichting Boor in Rotterdam in 2012. De kranten stonden er vol van.
Wij dachten dat we alles goed hadden geregeld, en dat dit niet kon gebeuren. We zijn blijkbaar toch nog te veel uitgegaan van vertrouwen. Die houding is typisch voor het onderwijsveld.” Aldus Wim Blok, voormalig voorzitter van het College van Bestuur van Stichting Boor in de Volkskrant van 24 maart 2012.

"
Die houding is typisch voor het onderwijsveld”. Ik vrees dat Blok wel eens gelijk zou kunnen hebben. We zijn er misschien gewoon met zijn allen ingestonken. Slachtoffers van de natuurlijke neiging van de mens tot "lekker makkelijk” (zie dit artikel). Het vervangen van “controle” door “vertrouwen” is zo gebeurd. Niet alleen is vertrouwen veel makkelijker, het klinkt ook beter en vooral: het voelt beter. En voor we het wisten was het ineens “correct” om het over vertrouwen te hebben en “fout” om het woord controle in de mond te nemen. Het ging lonen om er boeken over te schrijven. “Controle is goed, vertrouwen nog beter" heeft 119 dagen in de top 100 van Managementboek gestaan. Politici, toch al meesters in de correctheid, haken in op de trend. „Vertrouwen is beter dan controle.Sander Dekker schijnt het gezegd te hebben. Het klinkt extra aantrekkelijk, omdat Stalin het omgekeerde beweerde en wie wil nu leiding geven als Stalin?

Van of-of naar en-en
Laten we eens ophouden met het of-of-denken. Niet “Vertrouwen is beter dan controle”, maar “Hoe kunnen we vertrouwen en controle combineren?“ En-en-denken, dus.

In een organisatie met gezonde arbeidsverhoudingen vertrouwen mensen elkaar. Een leidinggevende gaat ervan uit dat hij zijn medewerkers kan vertrouwen. De medewerkers op hun beurt vertrouwen hun leidinggevenden. Dat schept ruimte voor beide partijen om hun werk goed te doen. Mensen die hun werk afschermen voor in hun ogen "pottenkijkers", horen in zo'n organisatie niet thuis, net zo min als leidinggevenden die zich voortdurend overal mee bemoeien.

Ik zie een parallel met de volgende situatie. Stel, de klusjesman die ik ingehuurd heb, komt melden dat hij klaar is. Ik stel voor even met zijn tweeën het resultaat van het gedane werk te bekijken. Dan wil ik geen onverschillige reactie. Zoiets van: “Als u daar prijs op stelt…” Ik wil een klusjesman die trots is op zijn werk en die dat gevoel graag door zijn opdrachtgever bevestigd ziet en zelf het initiatief daartoe neemt: "Zullen we even nalopen wat ik gedaan heb?". En als het werk goed gedaan is, behoor ik dat als goed opdrachtgever te zeggen. Een verdiend compliment voor de klusjesman.
Daarnaast heb ik er natuurlijk begrip voor dat hij het niet leuk vindt, als ik hem constant op de vingers kijk. Maar als ik uit interesse, of om er iets van te leren, wil zien hoe hij zijn vak uitoefent, heb ik geen behoefte aan schichtig of afwijzend gedrag. of een opmerking in de stijl van: “Ik houd er niet van als mensen me voor de voeten lopen.” Ik wil iemand die ervan geniet zijn kennis en vaardigheid te delen.

Zou het eigenlijk tussen leidinggevende en ondergeschikte niet net zo moeten zijn als tussen opdrachtgever en uitvoerder? Als leidinggevende of als toezichthouder verwacht (en bevorder) je dat degenen “over wie je gaat” werk leveren waar ze trots op zijn; dat ze graag hun resultaten laten zien; dat ze je de kans bieden hun een compliment te maken.

Controle wordt helaas vaak
bij uitstek gezien als een middel om slecht werk (fraude, diefstal, smokkel) op te sporen. Laten we het eens op zijn volle waarde schatten. Het is ook een prachtig middel om goed werk te (laten) zien: een mooie aanleiding voor een compliment.

________________________________________________________________________

*) Commissie Onderzoek Financiële Problematiek Amarantis. (December 2012). Autonomie verplicht.
Conclusies en aanbevelingen, pag 64: 7.2. De rol van het College van Bestuur en 7.3. De rol van de Raad van Toezicht.

**) Blokdijk, T.M.M., & Goodijk, R. (2011-2012). Toezicht binnen onderwijsinstellingen. Den Haag: Nationaal Register.
Uit het in dit boek beschreven onderzoek blijkt dat raden van toezicht wel zeggen dat ze hun controlerende taak de belangrijkste vinden, maar dat ze het grootste deel van hun tijd besteden ze aan het gevraagd en ongevraagd adviseren van bestuurders.

blog comments powered by Disqus