Bewindslieden misleiden Tweede Kamer

Het gaat niet zo goed met bestuur en toezicht in het onderwijs. Althans, daar heeft het alle schijn van. De kranten staan er af en toe vol van. Amarantis, Boor, InHolland, etc, etc. Geen wonder dat de Tweede Kamer zich afvraagt of het besturingsmodel dat de regering hanteert eigenlijk wel deugt en de minister opdracht gegeven heeft een onderzoek te doen naar alternatieve modellen.

Het huidige besturingsmodel komt erop neer dat de regering haar grondwettelijke verantwoordelijkheid voor het onderwijs grotendeels uit handen gegeven heeft. Hoe dat in de praktijk (niet) werkt, kun je lezen in mijn artikel
“Onderwijs, daar gaan de bewindslieden niet over”.
De regering verdedigt het model echter in een kamerbrief met overgave en probeert met een niet door de gegevens ondersteund beroep op “de literatuur” de Kamer met een kluitje in het riet te sturen.

Op maandag 27 mei vindt een kamerdebat plaats over de “versterking van de bestuurskracht in het onderwijs”. Ter voorbereiding hebben de bewindslieden een brief aan de Kamer gestuurd waarin ze maatregelen voorstelen. Ook het resultaat van het onderzoek naar alternatieve besturingsmodellen is in de brief opgenomen.

De bewindslieden verdedigen het model met verve. Hun beweringen, die een hele pagina van de brief in beslag nemen, worden op geen enkele manier ondersteund door de aangehaalde onderzoeken. Mocht de Kamer dit laten passeren, dan is het met het politieke systeem net zo slecht gesteld als met het besturingsmodel dat de overheid hanteert voor het onderwijs.

Op pagina 3 van de brief wordt de Kamer meegedeeld: “Systeemsturing is volgens de literatuur zeer geschikt om publieke belangen te garanderen”. Daarbij verwijzen Bussemaker en Dekker naar het onderzoek “Tussen autonomie en normering”. Hier gaat het meteen al mis, want de juiste naam is “Tussen autonomie en sturing”. Erger is dat het onderzoek helemaal niet tot de conclusie komt dat systeemsturing zeer geschikt is. Integendeel, de conclusie van het rapport besluit met de woorden: “Bovendien zijn in de diverse onderwijssectoren eerlijker en meer uitgezuiverde sturingsmixen nodig, waarin sturing en autonomie in meer balans zijn, in relatie tot specifieke condities.”

In de volgende regel beweren de bewindslieden: “In het model van systeemsturing krijgen professionals veel ruimte”. Ook dit is in het rapport nergens terug te vinden.

Een eindje verder op pagina 3 lezen we: “Bovendien legitimeert internationaal onderzoek de keuze voor systeemsturing”. Hiervoor wordt verwezen naar een literatuuronderzoek van het Centraal Planbureau. Het woord systeemsturing komt überhaupt niet in dit onderzoek voor. De opsomming van drie kenmerken van goed presterende stelsels die in de brief staat, is niet in die vorm en samenhang in het onderzoek terug te vinden. Hier is sprake sprokkelwerk om via her en der gevonden brokstukjes tot “oprekking” van onderzoeksresultaten te kunnen komen.

Daarna wordt verwezen naar een derde onderzoek dat zou laten zien dat “autonomie van professionals” een belangrijke voorwaarde is voor verdere verbetering van de prestaties van een onderwijsstelsel. In het onderzoek gaat het echter over autonomie op het gebied van personeelsbeleid. Er staat steeds “personnel autonomy”; personnel is het Engelse woord voor het begrip personeel als werknemers, als human resources. Het heeft niets met professionals te maken.

Als de Kamer niet ingrijpt en tegen beter weten in een nergens op gebaseerde verdediging van het huidige systeem accepteert, blijven we zitten met een besturingsmodel waarin de regering de verantwoordelijkheid voor het onderwijs uit handen gegeven heeft die ze volgens artikel 23 van de grondwet zelf dient te nemen. De maatregelen die de bewindslieden voorstellen zijn niet meer dan lapmiddelen
blog comments powered by Disqus