Een tien voor je onderwijs (dl.3): Lekker makkelijk?

(Dit is deel 3. Lees deel 2, deel 1)
Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Het lijkt zo voor de hand te liggen, maar het heeft ook negatieve kanten. Zeker als het om denken gaat zijn wij mensen eigenlijk best lui. Er zijn veel manieren waarop we het ons - meestal onbewust - makkelijk maken. Het ligt in onze aard.
  • We hebben meer oog voor de dingen die aan onze verwachtingen beantwoorden dan voor de dingen die ermee in strijd zijn.
  • We gaan instinctief situaties uit de weg waarin we misschien niet aardig gevonden worden.
  • Besprekingen waarin iedereen het met ons eens is, vinden we doorgaans prettiger dan een pittige discussie.
  • We hebben altijd wel een goede reden om een moeilijke beslissing voor ons uit te schuiven.
  • We doen het zo, omdat we het altijd zo gedaan hebben en we slaan geen acht op de gewijzigde context.
En zo voort.
Iedereen weet dat dit soort mechanismen ertoe leidt dat dingen mis gaan, dat slechte beslissingen worden genomen, dat slecht functionerende medewerkers niet ontslagen worden, dat de raad van toezicht de bestuurder niet corrigeert.
Wat kunnen we doen om ons te verweren tegen de natuurlijke neiging het "lekker makkelijk" te houden?
Bevorder diversiteit
"We hebben een nieuwe conrector nodig. Zullen we Nico eens een hint geven dat hij moet solliciteren? Hij heeft goede ideeën en ik ben het vaak met hem eens. Zijn stijl van leiding geven sluit mooi aan op die van ons."
Waarom zou je moeilijkheden en voortdurende discussies in huis halen? Het werkt toch veel lekkerder, als je het snel eens bent? Scheelt ook in vergadertijd.
Lekker makkelijk, maar ook een gemiste kans. Laat je eens tegenspreken. Je hoeft geen tegenstanders in huis te halen, maar een andere kijk heeft altijd meerwaarde. Je krijgt er betere besluiten door.
"Zullen we maar niet te veel overhoop halen in de taakverdeling? Het loopt nu redelijk en dat rouleren geeft maar weer overdrachtsproblemen"
Anderzijds: door taakroulatie krijgen mensen een groter referentiekader en daardoor neemt de kans op verschillende invalshoeken bij de oplossing van problemen toe.

Vraag eerst en trek dan conclusies
"Jan, onze nieuwe medewerker, was vanochtend te laat. Het is de tweede keer. Ik reageer nu even niet, maar de volgende keer krijgt hij een waarschuwing."
Lekker makkelijk. Je hoeft even niets, nog afgezien van het feit dat corrigeren niet het leukste onderdeel van je taak is. Het risico bestaat wel dat je een kans gemist hebt. Misschien was Jans partner onwel geworden en heeft hij haar even naar de dokter gebracht. Misschien had hij het best prettig gevonden als je geïnformeerd had naar de reden van zijn late komst. Dan had hij de gelegenheid gehad om je deelgenoot te maken van zijn situatie. Dat was zijn motivatie zeker ten goede gekomen.
"Zo'n overhoring is een kwestie van gewoon leren. Dat moet iedereen die hier op school terecht gekomen is kunnen, maar Maurits haalt steeds onvoldoendes. Hij zal zijn huiswerk wel niet doen."
Je had ook Maurits eens kunnen vragen naar zijn eigen verklaring voor de onvoldoendes. Misschien waren jullie dan samen een manier op het spoor gekomen om hem voortaan voldoendes te laten halen.

Plak geen etiketten
"O, is dat vervelende kind in 1B een zusje van Alfred? Dat verklaart veel."
Lekker makkelijk. Snel een label erop en klaar is Kees. Wel jammer dat je je op deze manier de mogelijkheid ontneemt om naar oorzaken van het gedrag van het kind te zoeken. Het betekent dat je haar nu afgeschreven hebt en dat dit haar prestaties noch haar gedrag ten goede zal komen.
"Pieter heeft ADHD."
Heeft een kind ADHD of is het gewoon druk? Het etiket ADHD is zowel voor ouders als docenten erg handig. Als het kind gewoon druk is, moet je als opvoeder of docent aan de bak. Als het ADHD heeft, dan ligt het in ieder geval niet aan jou en kun je er dus ook weinig aan doen. Lekker makkelijk.

Wantrouw "volkswijsheden", vaag taalgebruik en wollige formuleringen
"Dat laten we aan de professionals over"
Een soort "volkswijsheid" die nogal eens misbruikt wordt om veel meer aan "de professionals" over te laten dan ze aankunnen. Als je hen tot verantwoordelijken verklaart, heb je het zelf makkelijker. Maar op welk gebied zijn ze eigenlijk professional, waar hebben ze voor doorgeleerd en waar hebben ze ervaring in?
"Je moet de bestuurder, directeur, afdelingsleider, kortom het "naastlagere" niveau, niet voor de voeten lopen."
Je kunt het er moeilijk oneens mee zijn, maar het ontaardt er nogal eens in dat het "naasthogere" niveau zichzelf in slaap sust met de gedachte: dat is mijn zaak niet. Lekker makkelijk. En ondertussen krijgt de organisatie het predicaat "zwakke school" of gaat zelfs failliet
"Zonodig stellen we het plan bij",
"Op termijn gaat dit voordeel opleveren",
"Dit zal de opbrengst zeker beïnvloeden."

Vaag taalgebruik. Niet bepaald SMART. Dat scheelt veel denkwerk. Zo maak je het jezelf lekker makkelijk.

Wees voorzichtig met de "organisatiehark".
"O, dat is niet mijn taak."
Als dit vaak gezegd wordt, speelt de "organisatiehark" een grote rol in de taakopvatting van de mensen. Hij wordt a.h.w. misbruikt om het eigen gebied af te bakenen en zich te beschermen tegen al te moeilijke opgaven.

Pas op voor de verleidingen van het "exacte".
"Hanneke heeft precies een 5,43 gemiddeld. Daar kan ik geen voldoende van maken. Zelfs geen 6-."
Het is prachtig en erg gemakkelijk dat de computer Hannekes gemiddelde voor ons uitrekent, maar is er wel goed en op tijd nagedacht over de betekenis van die ene zware onvoldoende die in het rijtje cijfers behoorlijk uit de toon valt?

Een voortdurend gevecht tegen onze natuur
Eigenlijk moeten we voortdurend in verhoogde staat van paraatheid zijn: in welke val lokt onze natuur ons nu weer? Als een simpele verklaring voor een situatie of voorval voor de hand ligt, verdient het misschien juist aanbeveling eens goed na te denken of het allemaal wel zo eenvoudig ligt.
Gaat het met de besluitvorming van een leien dakje en lijkt niemand aanmerking op de plannen te hebben, dan wordt het tijd onszelf eens achter de oren te krabben. Klopt dit wel? Er staan toch dingen in het beleidsplan die niet voor iedereen even gunstig uit zullen pakken? Heeft iedereen het eigenlijk wel gelezen? En is dat dan een kwestie van "helaas pindakaas" voor hen?
Nodigen we wel voldoende vaak mensen uit om de plannen van onszelf en anderen lek te schieten? Hebben we onze eigen tegenspraak goed georganiseerd? Zijn de mensen die altijd maar weer commentaar hebben lastpakken, of zijn zij het nu juist die ons gelukkig aan het denken zetten?
Niet eenvoudig, toegegeven, maar de opbrengst van "niet eenvoudig" is doorgaans groter dan die van "lekker makkelijk".

Tips voor bestuurders en toezichthouders
Hoe kom je erachter of “lekker makkelijk” een risicofactor is in de organisatie, op de onderwijsinstelling? Een paar voorbeelden.
- Beoordeel documenten kritisch. Dat het bestuursbeleids- of schoolplan 50 bladzijden heeft, spreekt boekdelen. Geen zinnig mens zal het lezen en daar werd misschien ook wel van uit gegaan door de opsteller.
- Onderzoek hoe serieus werk gemaakt wordt van diversiteit, in hoeverre men zijn eigen tegenspraak organiseert. Wat doet men met kritische geluiden en lastige vragen? Zijn die er eigenlijk wel? Luistert men naar elkaar?
- Is “meten is weten” een klakkeloos mechanisme? Worden cijfers wel eens in twijfel getrokken?
- Is men gauw tevreden met een oplossing? Grote stappen snel thuis?
- Vertrouwt men elkaar? Gaat men ervan uit dat de ander ook het belang van de organisatie wil dienen?
- Spreekt de leiding medewerkers aan op hun functioneren? Wordt de CAO nageleefd met betrekking tot de gesprekkencyclus?

blog comments powered by Disqus