Innoveren (1): nadenken, beeld opbouwen

Managers zitten in het verdomhoekje. Dat ligt deels aan hun gedrag, dat soms ernstig afwijkt van wat medewerkers verwachten. (Zie aflevering van 08-01-08). Voor een deel ligt het ook aan de vaak gebrekkige manier waarop met innovaties wordt omgegaan.

Toegegeven, de overheid stort veel te veel innovaties over het onderwijs uit. Toegegeven, we worden gek gemaakt door de adviesindustrie die handelt in vernieuwingsconcepten en niet gebaat is bij rust in de tent. Toegegeven, je lijkt wel een ontzettende sukkel, als je niet met een of ander grootschalig vernieuwingsproject bezig bent. De druk om te innoveren is erg groot.

Maar dat is niet waar managers op aangekeken worden. Docenten vinden doorgaans ook dat er nog heel wat moet gebeuren in het onderwijs. Het probleem van docenten is niet dat vernieuwingen noodzakelijk zijn, maar hoeveel vernieuwingsprojecten ze tegelijk aankunnen, in welk tempo de innovaties ingevoerd worden en hoe de vernieuwing aangepakt wordt.

Over het laatste gaat de volgende serie afleveringen. Hoe pak je vernieuwingen aan? Innovatie in de praktijk, van begin tot eind. Vanaf het nemen van het besluit om te gaan innoveren (of niet) tot en met het moment waarop de innovatie ingebed is in het systeem. Kortom: Innoveren, hoe doe je dat?
De aanleiding: docenten een cijfer op het internet
Als startpunt nemen we een denkbeeldige school. Niet erg vooruitstrevend maar wel hier en daar aan het veranderen, goede resultaten, inspectie tevreden (met slechts enkele kanttekeningen over de bewaking van de kwaliteit en het gebrek aan systematische ervaring met feedback van leerlingen), lichte groei, niks aan de hand.

Stel dat je op deze school leiding geeft......
Op 14 december 2007 wordt onderwijsgevend Nederland opgeschrikt door het bericht dat een
website geopend is waarop leerlingen hun leraren met naam en toenaam een cijfer kunnen geven. Reacties op school blijven natuurlijk niet uit. In de docentenkamer spreekt men er schande van. Een enkeling die zelf wel eens een enquête afneemt onder zijn leerlingen gniffelt wat, maar in het algemeen voelt men zich nogal bedreigd. Eerst dat filmpje over die leeglopende klas op You-tube en nu dit.

De kans: alle docenten enquêteren zelf hun leerlingen
Wat doe je als leidinggevende? De makkelijkste reactie is meehuilen met de wolven in het bos. Ach en wee, alweer een aanslag op de status van onderwijsgevenden. Op zich niet eens zo'n gekke reactie, trouwens. Wie leiding geeft, behoort ten slotte blijk te geven van een zeker empathisch vermogen. Maar laat je het daarbij?

We gaan er echter nu even van uit dat je naast de bedreiging ook een kans ziet. Een kans om eindelijk eens voor elkaar te krijgen dat iedere docent zijn leerlingen enquêteert over zijn lessen. Je weet dat sommige scholen er al ver gevorderd mee zijn en dat het daar goed bevalt. Ook voor jouw school zou het een goede bijdrage zijn aan de kwaliteit van het onderwijs. Dit is het goede moment om ermee te beginnen. Die website houdt iedereen bezig.

Zo snel mogelijk aan de slag, maar eerst een denkpauze en onderzoek
Je voelt dat er iets moet gebeuren; het bekende „gevoel van urgentie”. En haast heb je ook, want je mag dit moment niet voorbij laten gaan. Maar voorlopig ben jij de enige die dit zo ziet. Er zijn ongetwijfeld mensen die het met je eens zijn, maar als je wilt dat het gevoel van „we moeten iets doen” flink aanslaat, is een goede voorbereiding op zijn plaats. Naar jezelf kijken, leren van het verleden, de context onderzoeken en een beeld opbouwen van wat er aan de hand is. Als je die exercitie achter de rug hebt, kun je beginnen het gevoel van urgentie op je medewerkers over te brengen.

Nadenken
Probeer afstand te nemen van je eigen enthousiasme en begin eens met een vel papier te vullen met alle vragen die bij je opkomen. Pas als je geen vragen meer kunt verzinnen, is het tijd voor antwoorden.
Hieronder in willekeurige volgorde een aantal vragen die me te binnen schieten. Het zijn maar voorbeelden en het is zeker geen uitputtende lijst. De vragen zullen van persoon tot persoon verschillen.

  • Hoe diep gaat mijn behoefte om deze kans te pakken? Is het iets waar ik helemaal achter sta, dat ik absoluut noodzakelijk vind? Of is het gewoon een goed idee, zoals er wel meer zijn?
  • Zijn er dingen die voorgaan?
  • Kan de school dit erbij hebben? Zal men dit zien als het zoveelste vernieuwingsprogramma? Hoe is het gesteld met onze vernieuwingscapaciteit?
  • Hoe vaak heb ik zo’n kans gepakt en is het me gelukt?
  • Wat waren de omstandigheden waaronder het wel/niet gelukt is?
  • In hoeverre verschillen ze van de omstandigheden nu?

Door op deze manier bij jezelf te rade te gaan krijg je zicht op het realiteitsgehalte van je prille plannetje. Misschien besluit je wel het in de ijskast te stoppen. Ben je versterkt in je mening dat het een goed idee is, dan kun je de antwoorden op je vragen later goed gebruiken om eventuele twijfelaars te overtuigen.

Een beeld opbouwen van wat er aan de hand is: onderzoek
Als je besluit om door te gaan, is het verstandig een beeld voor je zelf op te bouwen van wat er aan de hand is. Een soort klad-visie. Jouw interpretatie van de gegevens. Jouw inschatting van de gevolgen. Jouw ideeën over de betekenis voor de school. Het eerste stadium van je beeldvorming bestaat uit onderzoek.
Ook hier weer bij wijze van voorbeeld een aantal vragen die spontaan bij me opkomen.

  • Wat gebeurt er eigenlijk precies op die website?
  • Wat heeft de maker van de website voor ogen?
  • Wat hebben anderen er al over geschreven en gezegd?
  • Wat vind ik zelf van dit alles en vooral ook van de gebruikte argumenten?
  • Zal het misschien allemaal zo’n vaart niet lopen?
  • Gaan anderen of andere instellingen acties ondernemen die acties op mijn school overbodig maken of ontkrachten?

Een snelle speurtocht op Google levert al heel wat op. Je kunt je onderzoek zo gedetailleerd maken als je wilt, maar dat kost dan al gauw onevenredig veel meer tijd. Het resultaat van mijn „quick-scan” ziet er als volgt uit.

Dagblad Trouw maakte op 14 december melding van de website in een redelijk positief gekleurd artikel gevolgd door een aantal gemengde reacties van lezers.
In
De Limburger van 31 januari lezen we dat de AOB, daarin gesteund door 60% van de leden, een moreel beroep doet op de makers de website uit de lucht te nemen. De VO-raad sluit zich daarbij aan, evenals het ministerie van OCW en de de scholierenorganisatie LAKS. We lezen ook dat een gang naar de rechter geen zin heeft.
Geen actie te verwachten dus, alleen een „moreel appèl’. Over de ethische kant van deze zaak heeft Wes Holleman, in zijn
weblog een interessant artikel geschreven: „Lerarenbond in actie tegen website Beoordeelmijnleraar.nl”. HIj verwijst trouwens naar een ander artikel waarop o.a. ook reacties van AOB-leden.

Dit materiaal moet voldoende zijn om je een beeld, een klad-visie, te vormen. De volgende stap is het omvormen van je klad-visie in een visie die voldoende draagvlak heeft om als basis te dienen voor de innovatie die je door wilt voeren.

Daarover meer in de volgende aflevering.


blog comments powered by Disqus