Omgaan met de MR (3)

De MR opereert “zonder last of ruggespraak”. Daar hoort het "raadplegen van de achterban" niet bij.

MR-leden hebben niet voor niets een onafhankelijke positie "zonder last of ruggespraak". In een gezonde organisatie is het organiseren van inspraak een taak van de leiding en niet van de MR. De MR moet het werk van de leiding dan ook niet overdoen. Hij moet er wel op toezien dat er voldoende ruimte voor inspraak wordt geboden. Daarnaast moet hij een oordeel geven over de mate waarin de plannen van de leiding goed zijn voor de school en omdat in de MR bekend is wat er in de verschillende geledingen leeft (want hij bestaat als het goed is uit leden die frequent contact hebben met hun collega’s, medeleerlingen en mede-ouders), wordt dat uiteraard meegenomen in de oordeelsvorming.

De achterban raadplegen?
De MR die zijn onafhankelijke positie opgeeft en “de achterban gaat raadplegen” om zich te laten voorzeggen welke mening verkondigd moet worden in het overleg met de leiding, vind ik niet opgewassen tegen zijn taak. Bovendien is het oneerlijk, omdat het er meestal op neerkomt dat alleen de docenten geraadpleegd worden en met enig geluk ook nog het OOP. Gewoonlijk staan de leerlingen en de ouders echter buiten spel. We kunnen in onderwijsland natuurlijk roepen dat we eigenlijk een ondernemingsraad beter bij het onderwijs vinden passen dan een medezeggenschapsraad, maar de wet bepaalt anders.

blog comments powered by Disqus