Een tien voor je onderwijs (dl. 4) Het belang van de dagelijkse gang

(Dit is deel 4 . Lees deel 3, deel 2, deel 1)
Ieder het zijne. Toch? De directeur moet een visie ontwikkelen, een strategie bepalen, middelen toedelen en nog veel meer belangrijke dingen. De dagelijkse gang van zaken is het domein van leraren en onderwijsondersteunend personeel. Als je die "dagelijkse gang" goed georganiseerd hebt, heb je er geen omkijken meer naar. Dat klinkt als iets dat voor de hand ligt, maar het is een ernstig misverstand.
Natuurlijk moeten directeuren visie hebben, natuurlijk moeten ze een strategie bepalen en zonder een juiste toedeling van middelen komt er niets van de grond. Toch is dit niet waar ze in de eerste plaats voor betaald worden. Ze worden betaald om ervoor te zorgen dat hun visie - met behulp van strategie en toedeling van middelen - werkelijkheid wordt. En de verwerkelijking van die visie, dat is nu juist de functie van die dagelijkse gang van zaken. Die "dagelijkse gang", die zich afspeelt op de "werkvloer”, zorgt ervoor dat de school zijn idealen en beloften waarmaakt, dat resultaten geboekt worden, dat talent ontwikkeld wordt, dat eruit gehaald wordt wat erin zit.

“Geen omkijken meer naar" is dus niet zo'n goed idee. De directeur die de kunst verstaat juist wel om te kijken naar de dagelijkse gang, sterker nog, er op zijn manier deel van uit te maken en er invloed op uit te oefenen, dat is de directeur die zijn visie weet om te zetten in realiteit.

Er zijn
Deel uitmaken van de dagelijkse gang en er invloed op uitoefenen. Wat komt daarbij kijken? In de eerste plaats: geaccepteerd worden. Zonder acceptatie geen invloed. En dan gaat het om acceptatie niet zozeer in de zin van erkend worden als leider, maar als iemand die "erbij hoort" als "een van ons".

Dat begint met gewoon aanwezig zijn. Dat klinkt als een open deur, maar bij nadere beschouwing is op dat punt misschien wel verbetering mogelijk. We moeten vaak weg. We hebben belangrijke vergaderingen buiten de deur. We werken 's avonds en dus komen we 's ochtends later. Hoe vaak is dat allemaal echt noodzakelijk? Ieder uur dat we van activiteiten buiten de deur af weten te knabbelen, kunnen we op school zijn.

Zichtbaar zijn
Er zijn is één. zichtbaar zijn is twee. Wie niet gezien wordt, is er niet. Zo simpel is dat. Dus: de deur van je kamer open? Nou ja, als je het niet te druk hebt natuurlijk. Wie kent collega's die het op hun kamer niet druk zitten te hebben? Ik ken er meer die ondanks de drukte toch maar de deur open zetten; met alle afleiding van dien: rumoer, mensen die weliswaar zien dat je aan het werk bent, maar toch "even iets komen vragen, want de deur staat open".
Prijs jezelf gelukkig als je een deur met een glazen paneel hebt. Vooral dicht houden. Geen last van afleiding door geluid en toch zichtbaar; in gesprek, aan de telefoon, of met zweetdruppeltjes op je voorhoofd bezig de deadline te halen voor het insturen van die subsidieaanvraag. Dat voorkomt inloop; de meeste mensen voelen wel aan dat je in de "niet-storen"-stand verkeert. Aan de andere kant: door het glas heen kun je ook zwaaien naar een voorbijganger of iemand met een gebaar vragen even binnen te komen. Toch afleiding dus? Nee, leiding, want jij hebt het initiatief. En kennelijk vind je die persoon belangrijk genoeg om hem, ondanks de dichte deur, uit te nodigen; dat geeft een goed gevoel.

Zichtbaar zijn is belangrijker dan we soms denken. Een oud-leerling vertelde me eens het volgende: "En dan stond u daar, in de hal. Het leek wel of u naar iedereen glimlachte en dat gaf ons de indruk dat u ons allemaal kende." Het enige wat ik deed, was het daar in die hal naar mijn zin staan te hebben. Met blijkbaar een enorm effect op leerlingen. En op het personeel, als ik af moet gaan op het commentaar dat ik destijds kreeg. "Goed dat je daar staat." "Je hebt er lol in, hè?".

Ik dacht er toen niet zo over na; ik vond het gewoon een leuk onderdeel van de dag. Pas veel later realiseerde ik me wat dat eigenlijk inhield, dat ik daar in die hal stond. Daar stond een rector met plezier in zijn werk, midden in de dagelijkse drukte zijn rol te spelen; de zaak aan het overzien, maar ook pratend met leerlingen, er hier en daar een corrigerend, eens iets oprapend van de vloer. De dagelijkse gang maakte duidelijk deel uit van zijn werk. Hij hoorde erbij.

Meedoen
In de hal staan is een mooi begin, maar genoeg is het natuurlijk niet. Wie gevoel wil ontwikkelen voor de dagelijkse gang, maakt er deel van uit, doet eraan mee. Om te beginnen: scholen hebben pauzes. Een ideale gelegenheid voor een directie om mee te doen.

In pauzes worden ideeën uitgewisseld. Draag je steentje bij. Laat zien waar je staat. Beter nog: laat anderen eens tegen jouw ideeën aan schoppen. Zo krijg je gevoel voor hoe dingen vallen.
In pauzes wordt van alles gecoördineerd. Het speelt zich voor je ogen af. Misschien kun je de loop der dingen beïnvloeden, of de helpende hand bieden.
In pauzes vindt veel sociaal verkeer plaats. Stort je erin. Klets mee. Zet je antennes op. Emoties? Vraag wat er aan de hand is. Een verhitte discussie? Bemiddel. Tranen in de ogen van een beginnend leraar? Laat zien dat je iets kunt betekenen. Een pauze is één grote kans. Kans op contact, begrip, invloed, waardering. In pauzes komt de hele dagelijkse gang samen.

Nog zo'n mooi moment: het begin van de school. Het onderwijsondersteunend personeel is doorgaans het vroegst aanwezig. Meedoen is niet zo moeilijk; de koffie staat waarschijnlijk klaar. Een mooie gelegenheid om even te "buurten" op de verschillende OOP-werkplekken. Je proeft de sfeer en er wordt vaak over de dagelijkse gang gepraat. "Wat staat er op het programma vandaag?" "Kan iemand me straks even helpen?" Er valt doorgaans ook heel wat te lachen. Geniet ervan, want voor je het weet zit je weer achter je beleidsplan.

Na het OOP druppelen de docenten binnen. Langzaam ontstaat een zekere levendigheid in de personeelskamer. Er worden blikken geworpen in postvakjes, hier en daar worden de laatste voorbereidingen voor de les getroffen. De koffieautomaat knort tevreden. Geleidelijk ontstaan kletsende groepjes. Er is van alles waar te nemen en je kunt op een ontspannen en terloopse manier meedoen, gewoon als iemand voor wie de werkdag ook weer begint.

Voordoen
Behandel je medewerkers, zoals je wilt dat ze hun leerlingen behandelen
Wie er is, zichtbaar is en meedoet, hoort erbij en wordt geaccepteerd. Wie geaccepteerd wordt, kan invloed uitoefenen. Het beïnvloeden van de dagelijkse gang van zaken is de beste manier om van een goede school een excellente school te maken. De dagelijkse gang zorgt ervoor dat de school zijn idealen en beloften waarmaakt.

De kern van de dagelijkse gang is het onderwijs. Dat komt tot stand door medewerkers die belangstelling hebben voor hun leerlingen, contact met hen leggen, hen motiveren, stimuleren, corrigeren en inspireren.
De eindverantwoordelijkheid voor dit alles berust bij de directeur. Een van de meest effectieve manieren om aan die verantwoordelijkheid uitvoering te geven, is “voordoen”, het voorbeeld geven. Belangstelling tonen voor je medewerkers, contacten leggen, motiveren, stimuleren, inspireren, rond voor je fouten uitkomen, laten zien dat je excuses durft aan te bieden, er gebruik van maken dat anderen slimmer zijn dan jij, de waarheid durven zeggen, etc. etc. Met andere woorden: je medewerkers behandelen, zoals je wil dat zij hun leerlingen behandelen.

Een paar voorbeelden uit de praktijk
Persoonlijke aandacht
Het stond er echt, op het mededelingenbord. "De kerstpakketten kunnen donderdag opgehaald worden in de personeelskamer." Een plichtmatig gebaar. Weggegooid geld. Waarschijnlijk was het een school waarin leraren, gestimuleerd door dit briljante voorbeeld, hun leerlingen aan het begin van de les motiveerden met de woorden: "Wat we vandaag gaan doen, staat in de studiewijzer op pagina 25. Ga je gang en veel succes."

Nee, dan die rector die iedere medewerker een kerstkaart stuurde met een paar handgeschreven persoonlijke woorden. Gewoon een goedkoop kaartje uit het rek bij de boekhandel. Geen duur drukwerk in de huisstijl. Het kostte niks, behalve een heleboel tijd, vertelde hij me. Hij had er veel succes mee. Over een kerstpakket hoorde hij nooit iemand. Geen wonder. Hij gaf authentieke persoonlijke aandacht. Daar kan geen kerstpakket tegenop

Toegeven dat een ander het beter kan
Een paar weken geleden keek ik met een oud-klasgenoot terug op onze eigen schooltijd. We hadden een natuurkundeleraar die wiskunde gaf in de eindexamenklas. Wiskunde was eigenlijk zijn vak niet en hij had zelf moeite met de stof. Voor de uitleg schakelde hij vaak een leerling in die het beter snapte. Wat een gênante vertoning hadden we dat toen gevonden. Achteraf gezien was het meer een een blijk van een zekere grootheid. De leraar deed eigenlijk hetzelfde als directeuren die hun uitgaande brieven altijd laten controleren en bijstellen door een docent Nederlands met meer gevoel voor spelling en stijl.

Sorry
“Sorry, ik had te laat in de gaten dat jullie heel geconcentreerd bezig waren, toen ik binnenkwam. Wat jammer dat ik dat verstoord heb. Het spijt me”. Deze situatie kent waarschijnlijk iedereen. Excuses aanbieden maakt altijd indruk, zeker als het gebeurt op het moment zelf, met de klas erbij.
Als de dag van gisteren herinner ik me nog de docent die me jaren geleden kwam melden dat hij een leerling onheus bejegend had in de les; dat hij daar achteraf spijt van had; dat hij het me vertelde omdat hij wilde dat ik op de hoogte was voor het geval de ouder van de leerling contact met me op zou nemen; dat hij de volgende dag de klas waar het in gebeurd was weer had en dat hij zijn excuses aan de leerling zou aanbieden "voor het front van de troepen."
Hij had mijn voorbeeld niet nodig. Hij was eerder een voorbeeld voor mij, want het was voor het eerst dat ik zo’n geval meemaakte.

Wat vind jij ervan?
“De manier waarop de directie omgaat met.... Wat vind jij daar eigenlijk van?”
Een ontspannen manier om te laten zien dat je waarde hecht aan de mening van anderen. Je steekt je voelhorens uit. Toepasbaar in een-op-een-situaties, maar ook in de groep waarbij je in de pauze koffie zit. te drinken. Je mag hopen dat docenten zich ook zo open opstellen voor feedback van leerlingen.

Geen beoordeling zonder voorafgaande begeleiding
Bij een van mijn interim-opdrachten maakte ik het volgende mee. De begeleidingscommissie nieuwe docenten ontving de nieuwe collega's. Na mijn welkomstwoord nam de conrector die de commissie voorzat het over:
“Ik wil over een ding meteen heel duidelijk zijn. Natuurlijk gaan we jullie beoordelen, maar voordat het zover is gaan we alles in het werk stellen om er samen met jullie voor te zorgen dat het een goede beoordeling wordt. We gaan ervan uit dat jullie met je leerlingen ook zo omgaan”. Daar was ik flink van onder de indruk en naar ik aanneem gold dat ook voor de nieuwe docenten.

Het tastbare bewijs dat dit werkt, kreeg ik van een ex-klasgenoot van me die in de VS doceert. Hij had in zijn moeizame beginperiode als docent veel steun van de directie gekregen en was daardoor geïnspireerd geraakt. Hij liet me vol trots de evaluatie van een leerling zien: "He was an excellent professor! He wanted everyone to do well in his class {......} I would definitely take him again if I could!" Zijn diepste verlangen was dat al zijn leerlingen een voldoende zouden halen voor zijn vak en daar stopte hij al zijn energie in.

Behandel je medewerkers zoals je wilt dat ze hun leerlingen behandelen. Voordoen werkt.

De hele dag brandjes blussen?
We hebben het net gehad over de kern van de dagelijkse gang van zaken in het onderwijs: het onderwijs zelf. Dat is vooral een zaak van mensen. De mensen die zich met deze kern bezig houden worden beïnvloed door gedrag van andere mensen, door de manier waarop leiding wordt gegeven, door leidinggevenden die motiveren en inpireren.

Maar de dagelijkse gang omvat meer. Om de kern heen zit een schil van organisatorische en facilitaire zaken. Dingen die het onderwijsproces mogelijk maken, bevorderen, veraangenamen. Leerlingenadministratie, ICT, onderhoud, schoonmaak, kantine enzovoort. Ook door die schil worden mensen op school beïnvloed. Op een bijzondere manier.

Als deze zogenaamd “secundaire” zaken goed geregeld zijn hoor je er niemand over. Wel eens iemand meegemaakt die dagelijks dankbaar was voor zijn geweldige lesrooster? Neem nu het tegenoverstelde geval. Een rooster dat niet zo prettig uitvalt, kan een heel jaar lang chagrijn veroorzaken. Voor zaken die "gewoon geregeld" moeten zijn geldt: motiveren doen ze niet, demotiveren des te meer.

Dat dit soort dingen in orde is, wordt als vanzelfsprekend ervaren. Als er iets aan mankeert, ontstaat irritatie.

-
Het lokaal was weer niet goed schoongemaakt.
-
De koffieautomaat was weer leeg.
-
Het internet lag er weer eens uit.

Natuurlijk, mensen moeten niet zeuren. Maar ja, er zijn er nogal wat die het toch doen. En bovendien, ze hebben vaak nog gelijk ook. Het internet eruit? Daar gaat weer een goed voorbereide les! Koffieautomaat weer leeg? Een slecht begin van de pauze; en die is toch al zo kort. Dit soort ongerief kan hevige emoties veroorzaken en het werkt demotiverend. Dus ontkom je er als leider niet aan er een gezonde belangstelling voor te hebben. Als puntje bij paaltje komt, ben je eindverantwoordelijk. Ook voor dit soort "bijzaken".

“Maar wacht eens even, het is toch niet mijn taak de hele dag brandjes te blussen?”
Dat klopt, de taak van de directie is niet in eerste instantie het
blussen van brandjes, maar het ervoor zorgen dat er zo min mogelijk brandjes zijn.

Op een kleine school neem je dit zelf ter hand en op een grotere stel je er mensen voor aan. Dat laatste neemt overigens niet weg dat je er dan nog steeds verantwoordelijk voor bent dat die mensen hun werk goed doen. Die verantwoordelijkheid oefen je uit door hen leiding te geven en om dat goed te kunnen doen moet je je toch verdiepen in wat dat werk inhoudt en wat de definitie van "goed doen" is. Je hoeft er zelf geen expert in te zijn, maar je moet er het belang van inzien, de bereidheid hebben om erover na te denken en je moet er op jouw manier, vanuit jouw functie een bijdrage aan willen leveren.

Een voorbeeld. Het komt nogal eens voor dat een wens van het onderwijs op ICT-gebied niet ingewilligd kan worden "omdat dat technisch niet kan" Het is erg nuttig om in het gesprek daarover met de systeembeheerder goed beslagen ten ijs te komen. Dat kost tijd, misschien wel veel tijd. Vragen formuleren, inlezen, van te voren elders advies vragen...: alles wat nodig is om op een zeker niveau met de expert te kunnen praten en hem desnoods van repliek te kunnen dienen. Ook als je het overleg met de ICT-afdeling gedelegeerd hebt aan een ander, ben je nog niet van je verantwoordelijkheid af: je zult ervoor moeten zorgen, dat je gedelegeerde voldoende “bagage” meeneemt naar dat overleg en dat maakt het toch weer noodzakelijk dat je genoeg kennis van zaken hebt om het werk van je gedelegeerde te kunnen sturen en op de juiste waarde te kunnen schatten.
Een woord van troost: als door deze tijdrovende “beslommeringen’ de mogelijkheden voor het onderwijsproces vergroot worden, levert dat meer op dan een update van het beleidsplan.

De dagelijkse gang van zaken: of het nu om de primaire kant (het onderwijs) of om de secundaire kant (facilitaire zaken) van de dagelijkse gang gaat, leiders van een instelling ontkomen er niet aan er een belangrijke plaats voor in te ruimen in hun werk.
blog comments powered by Disqus